Keith Richards doekgenoot

Verder met de associaties bij muziek en de Colonie. Kortgeleden kocht ik eindelijk mijn eerste elektrische gitaar (een heel oude wensdroom die ik al veel eerder had kunnen laten uitkomen), een Gibson-kloon, de Epiphone Les Paul Standard, in sunburst uitvoering. Even daarna las ik, uiterst toepasselijk, de autobiografie ‘Life’ van Keith Richards, voor mij een muzikale held naast Dylan. Een door Richards fantastisch verteld spannend verhaal dat veel interessante inzichten, achtergronden en daaruit voortkomende associatie-sporen richting Colonie leverde. Een van die sporen zal ik hier kort volgen.

Richards bracht de, zoals hij die noemt,’majesteitelijke five-string open G tuning’ op een geheel eigen wijze bij een groot publiek. Voornamelijk via de riffs in de nu overbekende Stones-hits als Honky Tonk Women, Brown Sugar, Street Fighting Man en Junping Jack Flash; een unieke sound. Rond 1970 was Richards op zoek naar een nieuw speciaal geluid dat hem zou passen, een eenvoudige en dwingende sound. Hij vertelt dan dat Ry Cooder hem in aanraking brengt met de open G stemming waarin deze slide-gitaar speelt en gaat in op de geschiedenis van de open stemming. Tot in de jaren 1920 was de banjo (5-snarig) het best verkochte instrument in de VS. Toen zette Gibson via een verkooporganisatie een heel goedkope goede gitaar in de markt. Deze werd vooral besteld op het platteland en voorheen banjospelers zetten hun gitaar in de hun bekende 5-string banjostemming (dus minus de dikke E-snaar). Via allerlei wegen gaat deze stemming in de muziek verder en komt zo onder andere terecht bij Cooder, The Everley Brothers (Bye Bye Love) en ook Bo Diddley (Not Fade Away). Richards gaat vervolgens schitterend in op wat volgens hem het wezen van de open G stemming is en hij linkt de 5-string ook nog aan de muziek van de West-Afrikaanse stammen die eveneens een soort banjo bespeelden (p. 247-252).

Terzijde: In Not Fade Away, ook door de Rolling Stones uitgevoerd, hoor je de zogenoemde jungle-beat van Diddley. Een tijdje geleden vertelde Leo Blokhuis in een muziekprogramma dat deze beat afkomstig was van het clave-ritme van de Cubaanse Son. Het was voor mij een verbazende ontdekking dat ik het clave-ritme al goed kende en meeklapte lang voordat ik er van hoorde en de Son ging dansen (zie berichten 25-8-09 en 5-8-10).

Nog niet bewust van deze connecties danste ik rond de eeuwwisseling thuis, in het donker van late uren, met drank en sigaretten, dikwijls de Merengue op de klanken van ‘You Don’t Have to Mean it’ van het Stonesalbum ‘Bridges to Babylon'(1997). In 1972 toog Keith Richards naar Jamaica en kwam daar in aanraking met de muziek van het eiland en de rasta’s en hun denk-en levenswijze. Met name voor hun doen en laten heeft hij wel sympathie en het lukt hem aansluiting te vinden bij een groep muzikanten en probeert in 1975 samen met hen opnamen te maken. Dit mislukt (p. 345-354). Pas twintig jaar later lukt dit wel (dit is onderdeel van Richards ‘bevrijding uit de kooi Rolling Stones’) en hij noemt de groep ‘Wingless Angels’ naar een tekeningetje dat hij maakte van een vliegende rastaman, een engel zonder vleugels. Hoewel ik daar nog niets over las, moet het genoemde ‘You don’t have to mean it’ van Bridges to Babylon geinspireerd zijn door de Jamaicaanse ervaringen. Hij schreef het in ieder geval tijdens een pauze (gedoe) in de opnamen voor Wingless Angels in een in een bordeel gehuurde kamer in de buurt van zijn huis op Jamaica. Babylon lijkt ook ontleend aan de rastafarileer, maar is volgens Jagger naar een toevallige opmerking van een medewerker. Verder werkte ook aan het album mee Terence Chaplin, bijgenaamd Blondie, uit Durban, Zuid-Afrika. Zijn vader werkte in de Blauwe Trein van Johannesburg naar Kaapstad (zie bericht 16-6-10) en was een top banjospeler (p. 511-515 en 521-523).

Zo kwam ik dus een paar maanden geleden terecht bij deze doekgenoot over Wingless Angels waarover later meer en oefen ik in deze dagen af en toe het zingen van ‘You don’t have to mean it’ met mijn Epiphone.

Zie voor ‘You don’t have toe mean it ‘ een optreden in Rio de Janiero 1998 en voor een mooie akoestische open string opname van ‘Street Fighting Man’ in Paradiso 1995 You Tube.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s